Wat

NOK staat voor Noordoost Kunst.
Noordoost Kunst is een deelproject van het Wijkontwikkelingsplan voor Maastricht Noordoost.
Voor meer informatie over de WOP's zie: http://www.maastrichtnoordoost.nl


Doelstellingen van NOK zoals vermeld in dit zogenaamde WOP:
Dit project:



  • bevordert dat meer wijkkunstenaars activiteiten organiseren in hun wijk;
  • stimuleert hen actief te worden in een zelfstandig functionerend collectief, om het voortbestaan veilig te stellen in economisch zware tijden;
  • bevordert de gedeelde identiteit en gemeenschapszin van bewoners en bewonersgroepen;
  • bevordert dat meer mensen in Noordoost aan kunst en cultuur gaan doen;
  • het versterkt de eigen kracht van bewoners en bewonersgroepen.




De competenties van een community artist door Peter van den Hurk

In mijn visie wordt de praktijk van een community artist gekenmerkt door pogingen om kunst toegankelijk te maken voor mensen die daar niet vanzelfsprekend in zijn geïnteresseerd. Anders gezegd: bij community arts gaat het gewoon om kunst, met dit verschil dat die kunst wordt beoefend voor (en met medewerking van) mensen die er in het gangbare kunstcircuit niet aan te pas komen. Dat is natuurlijk geen onbelangrijk verschil, want we hebben het dan over de overgrote meerderheid van de bevolking die part noch deel heeft aan de kunst zoals die doorgaans wordt aangeboden in onze schouwburgen, concertzalen en musea.
In een preambule voor het lectoraat community arts schreef ik: “Niet alleen degene die een prachtig kunstwerk tot stand brengt is een excellent kunstenaar. Ook het toegankelijk kunnen maken van kunst voor mensen die daar niet vanzelfsprekend in geïnteresseerd zijn, vereist een hoge mate van brille en getalenteerdheid. Beide elementen, de virtuositeit van het tot stand brengen en de virtuositeit van het toegankelijk maken zijn gelijkwaardige aspecten van één ondeelbaar kwaliteitsbegrip.”
Graag zou ik daarom in het curriculum opgenomen willen zien dat naast de ambachtelijke uitbouw van iemands artistieke talenten nadrukkelijk aandacht bestaat voor het talent van ‘de geboren pedagoog’ evenals voor het talent van ‘de geboren organisator’. Ooit hoop ik het mee te maken dat een ‘prix d’excellence’ wordt ingesteld voor een community kunstenaar en dat dan in het juryrapport melding wordt gemaakt van de buitengewoon pedagogisch-artistieke kwaliteiten van de laureaat. Misschien is het wel zo dat het curriculum van een community arts opleiding zich moet beperken tot al die pedagogische, groepsdynamische, emancipatorische, onderzoeksmatige, didactische, antropologische, organisatorische, financiële, zakelijke, managementachtige ‘extra’s’ die een community arts student zich moet eigen maken. Zeker als het – wat ik bepleit – een opleiding op masterniveau betreft en de basisvaardigheden die horen bij het kunstenaarschap al zijn aangeleerd. Voor het overige moet het zwaartepunt van het curriculum liggen bij het zelf ‘aan den lijve’ ondervinden wat het betekent om een community arts project te realiseren. Hands-on! Hup, de wijk in en learning by doing!